Problematieken

info@daphnematthys.be

+32(0)485 57 62 21



Problematieken

ORO-MYOFUNCTIONELE STOORNISSEN

Afwijkende mondgewoonten (duim-, speen- en vingerzuigen, open mondgedrag, habitueel mondademen, afwijkende tongligging in rust, afwijkend kauwen, nagelbijten en foutieve lipgewoonten zoals liplikken en lipzuigen,...) kunnen leiden tot afwijkende kaak- en/of gebitsstanden en een interdentale (tussentandse) spraak. Daarnaast kan de tongpositie bij het spreken (bijvoorbeeld bij slissen) zorgen voor een afwijkende gebitstand. Als logopediste hebben we als doel om alle mondspieren terug in evenwicht te brengen. Dit door middel van oefeningen en het afleren van verkeerde gewoonten. Zodat vorm en functie van kaken en tanden weer hersteld kunnen worden.

NEUROLOGISCHE STOORNISSEN

Deze stoornissen treden op als gevolg van een hersenbeschadiging. Dit kan veroorzaakt worden door een beroerte, een ongeval, een hersentumor of een spierziekte. Ze worden onderverdeeld in progressieve en niet-progressieve stoornissen. Bij progressieve stoornissen zal de logopedist insteken op het ‘compenseren’ van stoornissen. Bij niet-progressieve stoornissen zal de behandeling zich richten op het ‘revalideren’ van de stoornissen.


Bij zowel progressieve als niet-progressieve aandoeningen kunnen volgende stoornissen vookomen:

  • Afasie (taalproblemen)
  • Dysartrie (spraakproblemen)
  • Communicatieproblemen bij rechterhemisfeerletsel
  • Dysfagie (slikproblemen)
  • Apraxie (spraakproblemen)

TAALSTOORNISSEN

De taalontwikkeling verloopt volgens een bepaald patroon (de verschillende stadia van de taalontwikkeling). Bij een aantal kinderen kent deze ontwikkeling een vertraagd of afwijkend verloop. We spreken over een dysfatische ontwikkeling (*) of een primaire taalontwikkelingsstoornis. De stoornis treft zowel de ontwikkeling van de taalvorm (verbuigingen en vervoegingen en de zinsbouw), de taalinhoud (woordenschat) als het taalgebruik.


Soms vertoont het kind ook kenmerken van hyperkinetisch gedrag en stoornissen in de aandacht en de concentratie. Als de taal zich niet normaal ontwikkelt ten gevolge een verstandelijke handicap, een gehoorstoornis of een psychische stoornis, dan spreken we van een secundaire taalontwikkelingsstoornis.


(*) DYSFASIE is een ernstige expressieve en/of receptieve taalstoornis, die hardnekkig blijft voortduren na de vijfde verjaardag en die ernstig interfereert met de sociale communicatie en /of dagelijkse activiteiten die mondelinge taal vereisen.


STEMSTOORNISSEN

Een stemstoornis is een aandoening van de stem of het stemapparaat, met als gevolg afwijkingen in de klank, de omvang en het volume van de stem. Bij personen met een stemstoornis is het stemgeluid hees, schor, te hoog, te laag, te zacht of te luid of de stem valt weg of slaat over. Er kan sprake zijn van keelpijn, keelschrapen, hoesten of een vermoeid gevoel in de keel. Ook kunnen er klachten zijn met betrekking tot de ademhaling. Als iemand gedurende enkele dagen wat hees is, kan dat normaal zijn. Duurt de heesheid langer dan twee à drie weken, dan is ingrijpen aangewezen. 

ARTICULATIESTOORNISSEN

We spreken van een articulatiestoornis wanneer kinderen niet of niet meer in staat zijn om de klanken van de moedertaal correct uit te spreken of juist te gebruiken. Jonge kinderen leren stap voor stap alle klanken en het is dus normaal dat een kind op een bepaalde leeftijd nog spraakproblemen ondervindt. Een kind heeft pas een articulatiestoornis als het achterop blijft in zijn spraakontwikkeling in vergelijking met leeftijdsgenootjes. Wanneer een kind een bepaalde klank niet goed kan uitspreken hebben we te maken met een fonetische articulatiestoornis.


Bij sommige kinderen is niet de productie van spraakklanken het probleem, maar wel het correct gebruiken van deze klanken bij het vormen van woorden. We spreken dan van een fonologische articulatiestoornis. Jonge kinderen vervormen de woorden van volwassenen. Ze maken de klankstructuur eenvoudiger. Daarom spreken we van fonologische vereenvoudigingsprocessen. Naarmate kinderen ouder worden, gaan hun woorden steeds meer op die van volwassenen lijken en verdwijnen de vereenvoudigingsprocessen. Kinderen met een fonologische articulatiestoornis gaan bepaalde vereenvoudigingsprocessen langer toepassen dan leeftijdsgenootjes.

LEERSTOORNISSEN

Dyslexie, dysorthografie, dyscalculie (lees-, schrijf- en rekenstoornissen) vinden hun oorsprong in tekorten in het taalvermogen van het kind. Het kind heeft dan problemen met het omzetten van de gesproken taal in geschreven taal (spellen). Maar ook het omzetten van schrijftaal naar spraak (lezen) verloopt moeilijk. Dyslexie/dysorthografie is een stoornis die gekenmerkt wordt door een hardnekkig probleem met het aanleren en/of vlot toepassen van lezen en/of spellen op woordniveau.

Bij rekenstoornissen is er sprake van moeilijkheden bij specifieke rekenvaardigheden. Dyscalculie is een stoornis die wordt gekenmerkt door een hardnekkig probleem met het aanleren en vlot/accuraat oproepen/toepassen van reken- en wiskundevaardigheden.

ANDERE

Ondervindt u op een ander vlak een probleem en heeft u nood aan een adviesgesprek? Aarzel niet en neem contact op. Samen zoeken we naar de juiste oplossing.